Verslag van workshop DSRG 8-12-2025. Coördinatie: Daan Andriessen & Annet Jantien Smit. Verslag: Annet Jantien Smit
In deze workshop behandelden we de functie van onderzoeksvragen in een ontwerpgericht onderzoek. Ontwerpgericht onderzoek wordt gestuurd door onderzoeksvragen. Vragen hebben in het algemeen als doel om te sturen naar een antwoord. Onderzoeksvragen in ontwerpgericht onderzoek hebben ook als doel om te sturen richting de drie typen inhoudelijke bijdragen die specifieke zijn voor ontwerpgericht onderzoek: een innovatie-, praktijk- en kennisbijdrage Daarvoor heb je onderzoeksvragen nodig met zes verschillende kennisfuncties: beschrijven, verklaren, waarderen, inbeelden, voorschrijven en voorspellen.
Om onderzoeksvragen met deze zes kennisfuncties te ontwikkelen die sturen richting jouw beoogde innovatie-, praktijk- en kennisbijdrage, heb je eerst kennis hiervan nodig. In deze workshop hebben we deze begrippen nader toegelicht en toegepast op eigen onderzoek van deelnemers.
Wat is wetenschappelijk ontwerpgericht onderzoek?
Eerst hebben we een veelvoorkomende vraag behandeld: Wat verstaan we wel en niet onder ontwerpgericht onderzoek? Ontwerpgericht onderzoek wordt in ons handboek gedefinieerd (Hoofdstuk 1 in Van Turnhout et al., 2023) als wetenschappelijk onderzoek dat gericht is op het ontwikkelen van transfereerbare kennis en transfereerbare oplossingen om de praktijk te verbeteren. Ontwerpgericht onderzoek voldoet aan wetenschappelijke eisen en de kennis en oplossingen dienen een bredere geldigheid te hebben dan in een onderzochte, specifieke situatie. Ontwerpgericht onderzoek start met onderzoeksvragen.
Die twee kenmerken onderscheiden ontwerpgericht onderzoek van onderzoek voor ontwerp. Onderzoek voor ontwerp is gericht op het ontwerpen van specifieke oplossingen voor specifieke situaties. Dit is wat de meeste Bachelor en Master-studenten aan HBO-instellingen doen als zij beroepsproducten ontwikkelen voor een opdrachtgever in de praktijk. Ze ontwikkelen dan context-gebonden kennis die voldoet aan eisen van de praktijk met een passende grondigheid. Onderzoek voor ontwerp start met ontwerpvragen.
Ontwerpgericht onderzoek en onderzoek voor ontwerp hebben dus verschillende inhoudelijke doelen, maar tegelijkertijd is onderzoek voor ontwerp wel altijd een deelonderzoek binnen wetenschappelijk ontwerpgericht onderzoek. Oplossingen met een bredere geldigheid worden namelijk onderbouwd in ontwerptrajecten waarin bijvoorbeeld eerst oplossingen worden ontwikkeld en getest in specifieke situaties, en vervolgens worden getest en doorontwikkeld in vergelijkbare toepassingscontexten.
Inhoudelijke bijdragen van ontwerpgericht onderzoek: innovatie-, praktijk- en kennisbijdrage
Kortom, ontwerpgericht onderzoek levert transfereerbare kennis en transfereerbare oplossingen om de praktijk te verbeteren – en heeft daarom drie typen inhoudelijke bijdragen die het onderscheiden van andere vormen van wetenschappelijk onderzoek, zoals beschrijvend of verklarend onderzoek.
Ten eerste heeft ontwerpgericht onderzoek als doel om een innovatiebijdrage te leveren. De innovatiebijdrage is een oplossing met een bredere geldigheid voor een bepaalde klasse van problemen en oplossingen. De innovatiebijdrage heeft vaak de vorm van een kernontwerp. Een kernontwerp is een een nieuwe aanpak of werkwijze die bruikbaar is in de onderzochte situatie, maar die ook ontworpen is met het oog op transfereerbaarheid ofwel herbruikbaarheid in andere situaties (Van Turnhout et al., 2023, p. 7).
Ten tweede heeft ontwerpgericht onderzoek vaak als doel een praktijkbijdrage te leveren, namelijk een concrete oplossing in één of meerdere contexten.
Het derde doel van ontwerpgericht onderzoek is een kennisbijdrage leveren, dat wil zeggen een bijdrage aan de wetenschappelijke kennisbasis, bijvoorbeeld door het kernontwerp te positioneren binnen bestaande kennis over deze klassen van problemen, oplossingen en toepassingscontexten.
Kennisfuncties van onderzoeksvragen
Voor de drie typen bijdragen gebruik je onderzoeksvragen die zes verschillende kennisfuncties hebben (zie hoofdstuk 9 en 16 in Van Turnhout et al., 2023).
Beschrijvende en verklarende onderzoeksvragen helpen om kennis te leveren over wat het geval is en wat daarvan oorzaken zijn; waarderende en inbeeldende onderzoeksvragen sturen richting een bijdrage over wat wenselijke en mogelijke doelen en alternatieve oplossingsrichtingen kunnen zijn; voorschrijvende en voorspellende onderzoeksvragen heb je nodig om kennis te leveren over welke oplossingen kunnen werken, en welke mechanismen verklaren waarom ze werkzaam zijn.
Deelvragen van ontwerpgericht onderzoek
Ontwerpgericht onderzoek zal doorgaans deelvragen hebben met alle zes kennisfuncties. Wat is de huidige situatie? W? Wat is wenselijk? Wat is mogelijk? Wat werkt? Waarom? Zulke deelvragen staan vaak centraal in verschillende deelonderzoeken binnen ontwerpgericht onderzoek. Daarbij kan je beginnen vanuit ieder van deze drie deelonderzoeken.
Hoofdvragen van ontwerpgericht onderzoek
Maar hoe formuleer je nu een goede hoofdvraag voor je ontwerpgerichte onderzoek? Hoofdvragen dienen functioneel, relevant, verankerd in de literatuur, precies en afgebakend te zijn (Oost & Markenhof; 2002, p. 13-16). Specifiek voor ontwerpgericht onderzoek betekenen deze criteria het volgende:
- Functioneel betekent dat helder wordt wat de onderzoeksstrategie van het onderzoek is. Een functioneel geformuleerde hoofdvraag maakt het mogelijk om het benodigde type deelvragen en methoden af te leiden. Een verklarende hoofdvraag leidt tot andere deelvragen en methoden dan een voorschrijvende vraag. Je wilt een hoofdvraag dus formuleren met een van de zes typen kennisfuncties (beschrijven, verklaren, waarderen, inbeelden, voorschrijven of voorspellen).
- Relevant betekent dat de klasse van oplossingen je onderzoekt en de klasse van toepassingscontexten ook daadwerkelijk belangrijk zijn in de praktijk.
- Verankerd in de literatuur betekent dat je je hoofdvraag positioneert in de literatuur door kernconcepten uit de literatuur te gebruiken, en aangeeft welke kennislacune je verkleint.
- Precies en afgebakend betekent dat je in de hoofdvraag zo precies en afgebakend mogelijk laat zien wat de innovatie-, praktijk- en kennisbijdragen zijn van het ontwerpgerichte onderzoek.
Aanbevelingen voor het ontwikkelen van ontwerpgerichte onderzoeksvragen
Het dilemma wat zich opdringt is echter dat een onderzoeker enerzijds streeft naar een bondige, begrijpelijk hoofdvraag maar anderzijds precies wil afbakenen wat de innovatie-, praktijk- en kennisbijdrage is. Een oplossing is om niet alle afbakeningen in de hoofdvraag te stoppen maar deze onder de hoofdvraag toe te lichten.
Los van de vraag of je zowel de innovatie-, praktijk-, én de kennisbijdrage afbakent in je hoofdvraag of in een aparte alinea met een kopje zoals “afbakening”, heb je een ander dilemma: Welke termen gebruik je om deze bijdragen te omschrijven? Als voorbeeld van een deelnemer discussieerden we over alternatieve formuleringen zoals: “Hoe kunnen we zorgprofessionals opleiden…..” of “Hoe kunnen we trainingen voor zorgprofessionals ontwikkelen”. “Trainingen” maakt specifieker wat de innovatiebijdrage is dan “opleiden”, want daarmee baken je de oplossingsruimte veel minder af.
Zulke keuzes kan je baseren op het doel van de tekst waarin je deze hoofdvraag formuleert – is het bijvoorbeeld een PD-onderzoeksplan of een subsidieaanvraag voor NWO? Bovengenoemde criteria gelden altijd allemaal, maar maak afweging welk doel en lezerspubliek je hebt dat bepaalt of je meer gewicht geeft aan bepaalde criteria boven andere.
Om te komen tot deelvragen kan je gebruik maken van “question engineering”. Daarbij formuleer je vanuit de hoofdvraag een aantal deelvragen die samen antwoord geven op de hoofdvraag. Daarbij kan je kijken naar een logische volgorde van verschillende deelonderzoeken. Bijvoorbeeld kan je beginnen met een ontwerpgericht deelonderzoek (gericht op een innovatiebijdrage) met deelvragen over wat wenselijk en mogelijk kan zijn. Vervolgens kan je de werkzaamheid van dit kernontwerp onderzoeken wat door te testen in de praktijk (praktijkbijdrage), bijvoorbeeld door aan professionals voor te leggen hoe dit kernontwerp hun handelen in de praktijk kan verbeteren, in welke klasse van toepassingscontexten. Dit geeft antwoord op voorspellende en voorschrijvende deelvragen. Dit is maar één voorbeeld – maar wel hét voorbeeld dat vaak genoemd maar weinig gedaan wordt: Je hoeft in ontwerpgericht onderzoek niet altijd te starten met beschrijven en verklaren van het probleem en de toepassingscontext, voordat je “mag” beginnen met het ontwerpen van oplossingen.
Referenties
Turnhout, K. van, Andriessen, D.A., & P. Cremers (eds), (2023) Handboek Ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekend ontwerpen in het sociale domein. Amsterdam: Boom Uitgevers.
Smit, A. J. (2024) Van probleem naar praktijkoplossing. Hoe je onderzoekt, ontwerpt en rapporteert in de interventiecyclus. Groningen: EnTranCe, Centre of Expertise Energy.